Haarlem in de Tweede Wereldoorlog

18 Hannie Schaft

In de voorbije vijfhonderd jaar heeft Haarlem twee keer zwaar geleden onder een vijandelijke bezetting. In de zestiende eeuw veroverden de Spanjaarden de stad en tussen mei 1940 en mei 1945 heerste de Duitse bezetter. Aan die tragische perioden zijn de namen verbonden van twee vrouwen die zich tegen de vijand verzetten: Kenau Simons en Hannie Schaft. Sinds 3 mei 1982 zijn deze namen in Haarlem op symbolische wijze met elkaar verbonden. Toen onthulde prinses Juliana het standbeeld van Hannie Schaft. Het staat in het Kenaupark.


Monument voor Hannie Schaft in het Kenaupark, vervaardigd door haar verzetsvriendin Truus Menger-Oversteegen

Zij diende

In 1998 riepen de lezers van het Haarlems Dagblad Hannie Schaft uit tot de op één na belangrijkste Haarlemmer van de twintigste eeuw. Slechts Godfried Bomans moest ze voor zich dulden. Ze was inmiddels uitgegroeid tot hét symbool van het verzet tegen de Duitse bezetters. Op 27 november 1945 werd haar lichaam vanuit de Bavo naar de Erebegraafplaats in Bloemendaal gebracht. Het publiek was massaal toegestroomd. Koningin Wilhelmina, prinses Juliana, prins Bernhard, premier Schermerhorn en een aantal ministers begeleidden de baar. Op haar graf rust een plaquette met daarop de tekst 'Zij diende'. Zo publiek als haar begrafenis was, zo gruwelijk eenzaam was haar dood. Hannie Schaft stierf door kogels afgevuurd door de verrader Maarten Kuiper.

Een beschermde jeugd

Hannie werd geboren als Jannetje Johanna Schaft op 16 september 1920 in Haarlem. Haar vader, leraar aan de Rijkskweekschool, en haar moeder waren socialisten. Ze groeide op in een milieu waarin het streven naar rechtvaardigheid en sociale vooruitgang hoog in het vaandel stond. In 1927 stierf Hannies vijf jaar oudere zuster. Hannie bleef als enig kind over en haar ouders namen haar zoveel mogelijk in bescherming. Misschien als resultaat daarvan maakte ze in haar kinderjaren een wat schuwe, verlegen en eenzelvige indruk. Na met succes de middelbare school te hebben doorlopen ging ze in 1938 in Amsterdam rechten studeren. Haar beste vriendinnen waren de joodse medestudenten Philine Polak en Sonja Frenk.


Hannie Schaft nabij haar ouderlijk huis in de Van Dortstraat

Verzetsactiviteiten

In het door de Duitsers bezette Nederland werden na mei 1940 steeds meer maatregelen genomen die de joodse burgers vrijheden ontnamen en marginaliseerden. In de verlegen studente Hannie ontwaakte een opstandige geest. Ze mengde zich enthousiast in de protesten die gepaard gingen met de februaristaking in 1941 die zich richtte tegen de jodenvervolging. Daar bleef het niet bij. Voor haar joodse vriendinnen stal ze twee persoonsbewijzen in de kleedkamer van een Amsterdams zwembad van vrouwen die ongeveer even oud waren als Philine en Sonja. Ze wist contact te leggen met iemand uit het verzet die deze bewijzen kon bewerken tot ze bruikbaar waren. In 1943 weigerde Hannie, net als veel andere studenten de zg. loyaliteitsverklaring te tekenen. Ze beëindigde haar studie en trok weer bij haar ouders in. Haar beide vriendinnen vonden daar voor enige tijd een onderduikadres.

Aansluiting bij de Raad van Verzet

In Haarlem vond Hannie aansluiting bij de Raad van Verzet (RVV). De RVV bestond uit communisten en andere linksgeoriënteerde activisten en hield zich bezig met een groot aantal verschillende verzetsactiviteiten. Daarbij behoorden de verspreiding van illegale kranten, het begeleiden van onderduikers naar onderduikadressen, overvallen plegen om die onderduikers te voorzien van voedsel en geld, aanslagen plegen op installaties van de vijand en het executeren van Nederlandse verraders en Duitsers. Hannie nam aan al die acties deel. Tezamen met haar RVV-strijdmakker Jan Bonekamp, met wie ze een innige band had, pleegde ze verschillende aanslagen. Jan en Hannie executeerden op 21 juni 1944 de Zaanse politiekapitein en verrader Willem M. Ragut. Bonekamp raakte bij die aanslag dodelijk gewond maar kon nog voor zijn dood door de Duitsers verhoord worden. Hannie was volledig van de kaart en raakte in een diepe depressie. De RVV wist dat Bonekamp het adres kende van de familie Schaft, en besloot dat Hannie veiligheidshalve moest onderduiken. Ze vond rust bij de familie Elsinga op de Buitenrustlaan 22 in Haarlem.

Het meisje met het rode haar

Nadat Hannie weer een beetje was bijgekomen stortte ze zich weer met hart en ziel in het verzetswerk. In de RVV werkte ze nu meestal samen met de zusters Truus en Freddie Oversteegen. Vrouwen speelden in het gewapend verzet meestal een bescheiden rol, dus is het opmerkelijk dat in de Haarlemse RVV drie vrouwen met het pistool in de hand actief waren. Ze executeerden bijvoorbeeld de NSB-politieagent Zirkzee en pleegden een mislukte aanslag op Ko Langendijk, een NSB-er uit Velsen. Bij dergelijke acties waren vaak getuigen. Hannies signalement, vooral haar opvallende rode haar, raakte bekend. Ze vermomde zich door haar haren zwart te verven en een brilletje met vensterglas op te zetten. Hannie en de zusters Oversteegen namen deel aan het opblazen van een trein en een stuk spoorlijn tussen IJmuiden en Haarlem. Langs die spoorlijn vervoerden de Duitsers gestolen machines van de Hoogovens. Het 'gewone' werk ging inmiddels door. Bij zo'n gewone klus, het wegbrengen van een stapeltje verzetskranten, werd Hannie op 21 maart 1945 bij een routinecontrole op de Jan Gijzenkade gearresteerd. Hannie had haar pistool bij zich. Toen dat werd ontdekt, realiseerden de Duitsers zich dat ze met een belangrijke verzetsstrijdster te maken hadden. Ze werd overgebracht naar het hoofdkwartier van de Sicherheitspolizei in Amsterdam. Een moedige poging van Truus Oversteegen om haar te redden, kwam te laat. Hannie was op 17 april in de duinen bij Bloemendaal doodgeschoten.



Waarom?

Waarom nam een jonge vrouw als Hannie deel aan levensgevaarlijke verzetsactiviteiten? Eigenlijk weten we daar niet zoveel van. Er liepen in Nederland wel meer vrouwen (en mannen) rond met een sterk sociaal rechtvaardigheidsgevoel en met compassie voor de joden. De meeste van hen hebben in de jaren 40-45 maar weinig bijgedragen aan het verzet. Ook strijdmakker Truus Oversteegen zegt in haar boek dat ze niet wist wat er in Hannie omging. Voor haar verzetsdaden heeft deze uiteindelijk, drie weken voor de bevrijding, de ultieme prijs betaald. Het monument in het Kenaupark dient daarvoor als blijvende herinnering.

Literatuur


* Truus Menger-Oversteegen, Toen niet nu niet nooit (Den Haag 1982)
* Ton Kors, Hannie Schaft. Het levensverhaal van een vrouw in verzet tegen de nazi's (Amsterdam, 6e druk 1981)
* Sophie Poldermans, Hannie Schaft en het Haarlemse verzet ([Haarlem] 1998)
* Theun de Vries, Het meisje met het rode haar : roman uit de jaren 1942-1945 (Amsterdam 1956) [verfilmd in 1981 door Ben Verbong met in de hoofdrol Renée Soutendijk]

* Ter inzage in de bibliotheek van het Noord-Hollands Archief.

Internet

Meer over de verzetsstrijders Hannie Schaft en Jan Bonekamp op:

http://www.hannieschaft.nl/

http://www.janbonekamp.nl/



Foto gallerij