Haarlem in de Tweede Wereldoorlog

14 Moord in het Ramplaankwartier

 

Op vrijdagavond 27 november 1942 verliet Jan Kievit om acht uur het huis van zijn ouders in het Ramplaankwartier om "een luchtje te gaan scheppen". Even daarna belde hij aan bij een huis aan de Noordertuindorplaan in dezelfde wijk. Daar woonde een NSB-er met zijn echtgenote en twee kinderen. De NSB-er was niet thuis, maar de vrouw des huizes opende de voordeur. Kievit, zo verklaarde hij later, had eigenlijk de NSB-er willen manen zijn lidmaatschap van deze beweging op te geven. Maar in plaats daarvan kreeg hij al heel snel een hoogoplopende ruzie met diens vrouw, die van geboorte Duitse was. Het kwam tot een handgemeen en daarna liepen de zaken helemaal uit de hand. Kievit trok een mes, stak meerdere keren toe en kort daarna overleed het slachtoffer. Hij verliet de woning na wat bonkaarten en geld te hebben gestolen. Zo hoopte hij zijn daad op een roofmoord te laten lijken. Het rumoer van de ruzie was opgevallen en de Nederlandse politie was snel ter plekke. Kievit bleek een ondubbelzinnig spoor te hebben achtergelaten en werd al om ongeveer tien uur die avond gearresteerd. Zijn daad leidde tot een uitzonderlijk felle reactie van de Haarlemse NSB. Die reactie had grote gevolgen voor de behandeling van de zaak.


Jan Kievit


Achtergrond

Ruim een jaar vóór deze dramatische avond was Kievit tezamen met een vriend opeens verdwenen. De beide jongens waren achttien jaar oud en hadden zich gemeld als vrijwilliger bij de SS. Hun ouders wisten van niets, Kievit had alleen zijn zus in het diepste geheim verteld dat hij op 5 november weg moest. Op 6 november ontving de familie Kievit nog een levensteken van Jan, maar hij onthulde niet wat hij ging doen. Hij wilde met zijn vriend terechtkomen bij de Duitse Luchtmacht en dan met een vliegtuig naar Engeland vliegen om van daaruit de Nazi's te bestrijden. Dit romantische plan van de jongens, die beiden fel tegen de Duitsers waren, getuigde van geen enkele realiteitszin. Daar kwamen ze snel achter toen ze in het opleidingskamp van de SS in Sennheim (tegenwoordig Cernay in de Franse Elzas) erachter kwamen dat ze infanterist moesten worden. Kievit's vriend nam contact op met zijn ouders en die wisten tezamen met Kievit senior te bewerkstelligen dat de jongens uit de SS ontslagen werden. In april 1942 waren ze weer terug in Haarlem.


Monument op het Ereveld in Loenen

Bekentenis

Op het politiebureau in Haarlem legde Kievit meteen een volledige bekentenis af. Hij was gevonden omdat hij op de plaats van het delict zijn Amsterdamse tramabonnement had verloren. In de hoofdstad zat hij als student op de machinistenschool. Hij vertelde de rechercheurs dat hij naar de NSB-er was gegaan omdat hij dacht die man ertoe te kunnen brengen de NSB vaarwel te zeggen als hij hem had uitgelegd welk lot hem te wachten stond als de geallieerden de oorlog hadden gewonnen. Toen Kievit hem niet thuis trof, raakte hij in gesprek met diens echtgenote. In de wijk was het een publiek geheim dat hij bij de SS had gezeten. De in Duitsland geboren vrouw, zo vertelde Kievit aan de politie, verweet hem dat hij zijn kameraden bij de SS in de steek had gelaten en dus een ordinaire verrader was. Als groot bewonderaar van het Huis van Oranje eiste hij dat zij haar woorden zou terugnemen, maar dat gebeurde niet. Om een of andere reden verloor Kievit toen alle controle over de situatie en zichzelf, met fatale gevolgen.

"Politieke moord"

De Haarlemse NSB reageerde ongemeen fel op deze gebeurtenis. Vooral de zwager van de overleden vrouw, die een veel fellere NSB-er was dan zijn broer, liet iedereen merken dat hier sprake was van een "laffe politieke moord". Na de oorlog vertelde een wijkbewoner dat hij luid op straat schreeuwde dat "het Tuindorp" zou boeten voor de daad. De volgende dag had hij al overleg met NSB-burgemeester Plekker in diens kamer op het stadhuis. Daarbij waren de kringleider van de NSB en de opperbanleider van de W.A. Jan Nederkoorn aanwezig. Commissaris Van der Burgt, die juist zijn NSB-lidmaatschap had opgezegd, kwam ook, maar weigerde ter plekke iets over het politie-onderzoek mee te delen. Dat hinderde de aanwezige NSB-ers niet in hun overtuiging dat de moord politieke motieven had, met andere woorden: dat het verzet achter de daad zat. Dat was overigens niet het geval, Jan Kievit was bij geen enkele verzetsgroep aangesloten en heeft voor zover bekend tevoren aan niemand verteld wat hij van plan was. De kringleider van de NSB, Johan W. Zwart, heeft vervolgens een brief geschreven aan de Duitse autoriteiten waarin hij onder meer eiste dat de Duitse justitie de behandeling van de zaak zou overnemen. Of alle aanwezigen in Plekkers kamer daarvan op de hoogte waren, is nooit met zekerheid vastgesteld, maar lijkt wel waarschijnlijk. Hoe dan ook, de Duitsers namen op 2 december 1942 de zaak over van de Nederlandse justitie.

Worteltjes

De Duitse medewerker van de Sicherheitsdienst, Herman Neumeyer, verklaarde na de oorlog dat hij in opdracht van Reichskommissar Seys Inquart de zaak moest onderzoeken. Neumeyer zei dat hij er niet echt van overtuigd was dat de zaak "politiek belangrijk” was, maar dat het gedrijf van de Haarlemse NSB hem geen andere keuze toeliet. In zijn eerste verslag vraagt hij zich nog af of hier niet sprake was van "verminderde toerekeningsvatbaarheid" bij Kievit. Maar zijn uiteindelijke proces-verbaal concludeert ondubbelzinnig dat er een politieke moord was gepleegd. Daarbij speelde een incident op 5 december een rol. Op die dag trof de echtgenoot van de overleden vrouw worteltjes aan op haar graf op de R.K. begraafplaats te Overveen. Zij was daar met veel demonstratief vertoon van de WA begraven, hoewel pastoor G. van Niekerk verboden had haar lichaam in deze gewijde aarde te laten rusten. De oranje kleur van de wortels leverden de Haarlemse NSB en de Duitsers het definitieve "bewijs" dat het verzet achter de daad zat. Later bleek dat het om een kwajongensstreek ging, maar ook deze jongelui wisten goed welke symbolische waarde de kleur oranje in die tijd had.

Ter dood veroordeeld

Op 8 januari 1943 moest Kievit verschijnen voor het Duitse Obergericht (de hoogste Duitse rechtbank in Nederland) in Den Haag. De Duitse aanklager Seiler eiste de doodstraf. 's Middags om vier uur was de zitting begonnen, 's avonds rond half acht werd het doodvonnis uitgesproken. Op 22 januari vond Jan Kievit op de Waalsdorpervlakte de dood voor een vuurpeloton. Zijn stoffelijke resten werden na de oorlog opgegraven. Hij rust nu op het Ereveld in Loenen.

Literatuur

*Jaap Vogel, "Moord in het Ramplaankwartier", in: Jaarboek Haerlem 2006 (Haarlem 2007), 129-152.

* Ter inzage in de Bibliotheek van het Noord-Hollands Archief.